Ook dit jaar wordt weer de Arti-Shockprijs uitgereikt, voor de 21e maal. Sinds 1990 bestaat deze kunstprijs, als een gezamenlijk initiatief van de gemeente Rijswijk en de Rijswijkse Kunstenaarsvereniging Arti-Shock. Beide dragen voor de helft bij in de kosten.
Het doel is een kunstenaar, een kunstwerk of een serie kunstwerken te bekronen. Afspraak is dat de jury vrij is in haar keuze. Zij kan en mag dus een werk bekronen dat bijvoorbeeld technisch knap is uitgevoerd, dat een aangrijpend verhaal vertelt of een diep gevoel vertolkt of dat - om wat voor reden dan ook - extra aandacht verdient.
De jury van dit jaar was onafhankelijk, zodat ook bestuursleden van Arti-Shock mee konden doen. Zij bestond uit:
Nelly Spanjersberg, voormalig galeriehouder uit Scherpenzeel.
Marja Selier, beeldend kunstenaar uit Leiden en bestuurslid van Ars Aemula Naturae
Peter Buurman, taxateur en veilingmeester bij het Venduehuis in Den Haag.
Nellie Spanjersberg zat vorig jaar ook in de jury.
De werkwijze.
Alle kunstwerken hadden een nummer gekregen, zodat de juryleden niet wisten wie het werk had gemaakt, of het wellicht een bekende of onbekende was, man of vrouw etc. Eerst werd er door ieder jurylid een lijstje gemaakt van de werken die indruk maakten, knap van techniek waren, die opvielen of waar toch wel over gesproken zou moeten worden. Deze lijstjes werden naast elkaar gelegd. Daarna begon een proces van verbazing over elkaars keuze. Via bespreken, nogmaals bekijken en overtuigen, kwam men uiteindelijk tot een gezamenlijk gedragen oordeel. Overigens was de jury het eens met de uitnodiging dat het bij voorkeur moest gaan om recent werk.
Wat de juryleden vrijwel meteen opviel, was de ingetogenheid, misschien wel de bescheidenheid van de tentoonstelling. Eigenlijk sprong er geen enkele werk – in goede of slechte zin - uit. Misschien is dat toch ook te wijten aan de strakke regels van dit jaar : één kunstwerk van een bescheiden formaat. Sommige werken en thema’s hebben nu eenmaal ruimte of formaat nodig.
Vanuit geheel verschillende perspectieven is er gekeken naar originaliteit, techniek en zeggingskracht, waarbij de laatste natuurlijk het meest subjectief is. Uiteindelijk ontstond een lijstje van zes werken, waaruit na wikken en wegen de twee genomineerden en de prijswinnaar zijn gekozen.
De eerste nominatie is ook degene die de meeste discussie opriep. Het gaat om een schilderij, geen doorwerkt schilderij, eerder een tekening met verf getekend. De jury heeft daar lang bij stil gestaan. De één vond het een spannend werk vol met verhalen. Welke precies blijft mysterieus, maar het blijft de aandacht trekken. De ander vond het een griezelig misschien zelfs wel een wat onaangename boodschap uitstralen. De jury kwam er niet uit, maar unaniem vond men elkaar toch in het gemeenschappelijke oordeel, dat een werk dat zoveel discussie uitlokt, een nominatie verdient
Het gaat om ‘Zonder titel’ van Joke Brouwer.
De tweede nominatie gaat naar een werk dat duidelijk tot een bepaalde school of stroming hoort. Dat is niet altijd een pre. Nogal snel wordt zo een werk herkend en als niet erg origineel getypeerd. Toch vindt de jury dat het een mooi kunstwerk is geworden. Het heeft kleur, die wisselt naar gelang de plaats waar de kijker staat, het is mooi gemaakt, strak maar bij nadere beschouwing ook vol kleine onregelmatigheden, waardoor het bijna kinetisch wordt. Het gaat om ‘Architecture’ van Jan-Willem van Swigchem.
Ook voor de Arti-Shockprijs heeft de jury een schilderij gekozen. Het is een werk dat het ene jurylid ‘mooi’ en een ander ‘lekker en goed’ geschilderd vindt. Er is aandacht voor de details, voor kleurnuanceringen. Het is een werk dat aangenaam is om naar te kijken. Bovendien is het mooi gepresenteerd. Kortom naar vorm en naar inhoud een goed schilderij. De Arti-Shockprijs 2011 gaat naar het schilderij ‘Groene stoom’ van John Henniger. |